Een duivels dilemma.


Caarte vande Ambachts Heerlikheid en Landerije van Meersbergen Ao 1716,
Justus van Broeckhuijsen. Bron: www.mmnatuurlijk.nl (
groot). Noorden linksonder.

Naast de werkzaamheden in het historisch groen is een mens in veel gevallen bezig met enige vorm van vrijwilligerswerk. Voor mij is dit het voorzitterschap van de milieu- , cultuur- en natuurvereniging Maarn Maarsbergen Natuurlijk (MMN). Onze omgeving wordt aaneengeregen door landgoederen en buitenplaatsen. Cultuurhistorisch en geomorfologisch waardevol gebied is meer regel dan uitzondering. Momenteel bemoeien we ons met het ondertunnelen van een spoorwegovergang.
Landgoed (of kasteel) Maarsbergen is echt een juweeltje in de omgeving. De oude, Frans classicistische structuren zijn nog steeds zichtbaar in het landschap. De kaart van Justus van Broekhuysen vroeg 18e eeuw toont de formele structuur. Deze structuur is grotendeels intact en gewaardeerd als rijksmonument.
Een deel van deze structuur omvat De Grote Bloemheuvel (vervallen maar nog steeds rijksmonument), gebruikt als boerderij, kwekerij en café. Tegenover het café, inderdaad, de Dorpskerk (ook rijksmonument).
In deze omgeving met op ongeveer een vierkante kilometer drie rijksmonumenten wil Prorail een spoortunnel aanleggen. Om het makkelijk te maken valt binnen het plangebied De Kolk, leefgebied van de kamsalamander welke de bescherming geniet conform de conventie van Bern. Al jaren roepen we als vereniging dat je in een gebied met deze dynamiek niets moet willen ontwikkelen, maar helaas de plannen liggen klaar.

Dat de tunnel er gaat komen lijkt duidelijk maar nu de keuze.
1. Oude eiken, van waarschijnlijk 300 jaar, markeren nog steeds het uiterste punt van de oorspronkelijke aanleg van kasteel Maarsbergen. Binnen de waardering van het monument De Grote Bloemheuvel is de ensemblewaarden mede omschreven. De eiken, ongeveer tien stuks, moeten allen verdwijnen. Hierdoor blijft het biotoop van de kamsalamander behouden en versterken de monumentale waarden van de Dorpskerk waar twee oude bruine beuken het beeld complementeren.
2. De oude eiken verdwijnen, de weg komt onverantwoord dicht bij de rode beuken en de tijdelijke omleidingsroute loopt door het beschermde biotoop van de kamsalamander.
3. Alle mensen besluiten de 10 minuten file voor lief te nemen en te genieten van de oude eiken, rode beuken en laten de Kamsalamander lekker met rust.
Het zal u niet verbazen dat er voor optie twee is gekozen. Waarom? Natuur is lastig, cultuur is moeilijk en je verdiepen in de plaats van werkzaamheden is omslachtig.
We hebben het ver geschopt met zijn allen in Nederland, leve de vooruitgang!
Inmiddels werken we het voorstel uit een verdiepingsslag op de eerste optie te ontwikkelen. Wanneer we de genen van de eiken gebruiken voor nieuwe bomen ontstaat, met een kleine aanpassing in het tracé, de mogelijkheid om het deel van de oorspronkelijk aanleg van Maarsbergen te reconstrueren. Met het kiezen voor deze optie geven we groen licht voor het kappen van de bomen en dat willen we niet. Misschien zijn er onder de leden van Cascade nog mensen met een briljante ingeving, we houden ons aanbevolen?

Richard Zweekhorst


Maarsbergen, spoorwegovergang nu.


Maarsbergen, spoorwegonderdoorgang (artist impression).

Cascade najaarsexcursie, 24 september 2011.


Prattenburg (Rhenen).

Historische tuinen in deze tijd, planvorming en beheer.
Een bezoek aan landgoed Prattenburg en aan park en tuinen van Kasteel Amerongen.

De donateurs van Cascade worden op 24 september in staat gesteld het gesloten gedeelte van het landgoed Prattenburg te bezichtigen. In het hart daarvan staat het kasteelachtige huis Prattenburg, in 1887 in eclectische stijl gebouwd, deels op middeleeuwse fundamenten. Wij concentreren ons op de thans nog bestaande historische parkaanleg in de landschapsstijl. Deze kwam in enkele fasen tot stand aan het eind van de 19e en het begin van de 20ste eeuw. Onder tuinarchitecten als Otto Schulz, Leonard Springer en Hendrik Copijn. Zie Google Maps en website landgoed Prattenburg.

Het middagprogramma bestaat uit een bezoek aan park en tuinen van kasteel Amerongen, onder leiding van Carla en Juliet Oldenburger, Frank Louhenapessy en tuinbaas Bert Sluijter. Vooraf is er een inleiding door Carla Oldenburger over drie eeuwen tuinontwerpen. Vervolgens een inleiding door Frank Louhenapessy MA, projectleider Groen Erfgoed kasteel Amerongen, over de toekomstplannen voor het beheer van de directe omgeving van kasteel Amerongen. Door de inleidingen en de wandeling krijgen wij een beter inzicht in de historie en de toekomst van het parkbos en de tuinen die kasteel Amerongen omringen. Zie website kasteel Amerongen.

Zie in uw mail voor de uitnodiging. Heeft u als donateur de uitnodiging niet ontvangen, mail dan de Cascade administratie.
Voor aanmelding, ga naar het opgaveformulier op de Cascade website.


Kasteel Amerongen (Amerongen).

Cascade website en weblog onderdeel van KB’s webarchivering.

Als nationale bibliotheek is de KB wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door bijvoorbeeld technologische veroudering.
Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet. UNESCO benoemt het web in haar ‘charter on the Preservation of the Digital Heritage’ als een vorm van digital erfgoed.

Onze Cascade website werd als digital erfgoed herkend. Van onze kant hebben we aangedrongen om zeker ook onze Cascade weblog mee te nemen in de webarchiverings-slag. De weblog is tenslotte dynamischer, een grotere bron van informatie en geeft zo u wilt een beter tuinhistorisch tijdsbeeld dan de website. De KB gaat met ons mee, zowel website als weblog zullen worden gearchiveerd.

Meer details over KB’s webarchivering vindt u hier.  JH

Uitnodiging opening Tuin de Lage Oorsprong, fase II.


Het Groene Forum en labyrint. Foto: Tuin de Lage Oorsprong.

Vorig jaar sloten we er de Cascade voorjaarsexcursie af, in Tuin de Lage Oorsprong.
Nu bent u uitgenodigd voor voor een bijzondere opening: het laatste braakliggende stuk grond is ingericht! Met de aanleg van Het Groene Forum, labyrint en de bijzondere poorten met Jugendstilhekwerk is fase II gerealiseerd. Zie ook hier.

Zaterdag 20 augustus, vanaf 14.30 stelt de tuin haar deuren gratis voor iedereen open.
Tuin de Lage Oorsprong
van Borsselenweg 36
6862 BJ Oosterbeek
026-3392944
www.tuindelageoorsprong.nl

Aurikel en bloementheater.

Tijdens onderzoeken kom je af en toe kleine dingen tegen die zo leuk zijn, dat je deze anderen niet wilt onthouden. Zo vond ik dit dagboekfragment, waarin niet alleen een leuk detail over een schilderij van een beroemde meester, maar ook over aurikels en het fenomeen bloementheater (zie hiervoor ook: Martin van den Broeke, Een tent als ornament. Notities over tenten en parasols in de achttiende-eeuwse Nederlandse tuin, Cascade Bulletin voor tuinhistorie, jrg. 9 (2000) nr. 1, p. 49-60).

AURIKEL EN BLOEMENTHEATER
Uit de Levensherinneringen van Q.M.R. Verhuell (Van Gruting, Q.M.R. Verhuell, Levensherinneringen 1787 – 1812, Westervoort, 1996): Ook auricalae, uit zaad met zeer veel zorg gewonnen, was jaarlijks een groot theater met zeildoek erover gevuld. De verrukkelijke kleurmengeling van alle die bloemen was een zeer schoon schouwspel. Zoo toonde mijn vader mij eenen hemelsblaauwen met wit hart, buitengewone kleur voor deze bloemsoort. (…) Toen ik deze bloem zag dacht ik dadelijk aan den grooten bloemschilder Van Leeuwen [Gerrit Johan van Leeuwen, Arnhem 1756 – Arnhem 1825, AvdD], wonende te Arnhem. Ik verzocht mijn vader, daar de bloem met twee trossen bloeide, er een te mogen hebben. Eerst had hij er veel tegen, maar toen ik zeide dat het was om dit hoogst zeldzaam verschijnsel te vereeuwigen door den schilder Van Leeuwen, knipte hij er een af. Dadelijk de bloem in een doosje met nat mos gelegd. Ik beloofde een jongen, over ons wonende, een paar zestehalven en hij liep er mede naar Arnhem. Van Leeuwen schreef mij: ‘Die bloem is zoo zeldzaam en zoo heerlijk dat op de eerste schilderij zij in het midden zal staan.’ Meer dan dertig jaar later zei de heer M. Hofman te Rotterdam, toen aldaar equipagemeester zijnde: ‘Gij moet eene schilderij van Van Leeuwen komen zien.’ En ziet, ik zag de aurikel van mijn vader terug.

Ik weet het, nog, niet zeker, maar zou het om het onderstaand schilderij van Van Leeuwen kunnen gaan? AvdD


Flowers in an Urn, with Fruit (1809), G.J. van Leeuwen.  Bron: The Fitzwilliam Museum.

Atlas Schoemaker.


Vredenburg (Beemster), Atlas Schoemaker, 1710-1735  Bron: geheugenvannederland.nl.

In de nieuwsbrief van KB, van juli 2011, staat een en ander over de collectie Atlas Schoemaker.

Andries Schoemaker (1660-1735) is een textielkoopman uit Amsterdam. Zijn grote passie is het verzamelen van historische en topografische informatie over steden en dorpen, kerken en kastelen in Nederland. Zijn passie resulteerde in een meerdelig werk van ongeveer 9000 bladzijden, waarvan meer dan 2600 met kleurentekeningen. Dit werk is een unieke historisch-topografische bron en een ieder kent wel een aantal van die primitieve, maar o zo leuke tekeningen. Na zijn dood wordt alles geveild en raakt alles verspreid. Nu zijn de veertien handschriften van negen instellingen samengebracht en digitaal te bewonderen in Geheugen van Nederland.

Start hier en vindt rechts links naar extra informatie en onderaan links om te zoeken en te bladeren in de collectie (ook per locatie).  JH


Huis te Manpad (Heemstede), Atlas Schoemaker, 1710-1735  Bron: geheugenvannederland.nl.

Krijns, Vlaskamp, Zocher en Vegelin van Claerbergen.


Uit het kasboek van Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen, 6 maart 1816.

Het interessantste van mijn Vlaskamponderzoek vind ik al die leuke mensen die op mijn pad komen, zoals sinds kort Greetje van der Spoel-Walvius uit Ruurlo. Zij bestudeert de boeken van boomkwekerij Krijns uit Joure. Het zijn geen kasboeken, zoals die van Bosgra, maar dagboeken.

Ik had er al eens wat in gebladerd, maar alleen opmerkingen gevonden als: Mooi weer vandaag, aardbeien gepoot, Sipke is naar Bolsward, dus ik verwachtte geen interessante zaken over de Vlaskampen.
Maar daar heb ik me danig in vergist, want ik kreeg van Greetje van der Spoel twee pagina’s met aantekeningen over een paar generaties Vlaskampen.
Wat ze me ook stuurde, was een aantekening uit een kasboek van Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen, die in 1816 grietman van Haskerlân werd en op Heremastate kwam wonen.
Op 6 maart 1816 staat bij de inkomsten: Van Vlaskamp in vermindering f70.
Als het bij de uitgaven had gestaan was duidelijk geweest, dat Vlaskamp iets had gedaan voor hem, nu het bij de inkomsten staat, heeft hij misschien geld geleend van Vegelin. Maar er was in ieder geval een connectie.

Helaas ben ik de naam Vlaskamp niet meer tegengekomen in het kasboek, maar wel heel vaak de naam Zogger, ongetwijfeld Zocher.
Tineke Scholtens had al weer even op Zocher on line gekeken en daaruit bleek inderdaad de connectie van Johan David Zocher jr. met Vegelin van Claerbergen, zij deed ook de suggestie dat de kwekerijen van Wybren Krijns en de Zochers elkaar misschien plantmateriaal leverden. Maar het kan ook om ontwerpen voor Heremastate in Joure gaan natuurlijk.

Aly van der Mark

Edouard André honderd jaar geleden overleden.

De meesten van ons zullen de naam Edouard André wel kennen als ontwerper van de nog grotendeels bestaande neo-barokke tuinen van Weldam en Twickel. Zijn leerling en chef de bureau Hugo Poortman werkte op deze plaatsen met hem samen als uitvoerder. André was in 1840 geboren in Bourges en, nu honderd jaar geleden, in 1911 gestorven in La Croix (arrondissement Tours). Aanvankelijk deed hij ervaring op als kweker. Vanaf 1860 werkte hij bij J.-Ch. Alphand aan de modernisering van de infrastructuur van Parijs, onder directie van G.-E. baron Hausmann.

Als auteur is hij bekend van het bekende boekwerk L’art des jardins: traité général de la composition des parcs et jardins (Paris, 1879), waarin hij met succes de gemengde stijl heeft geïntroduceerd, en van zijn boek Bromeliaceae Andreanae (Paris, 1889), dat gezien kan worden als resultaat van zijn botanische verzamelreis (1875) naar Zuid-Amerika (Colombia, Ecuador, Uruguay & Venezuela).

Zijn meest bekende werken buiten Nederland zijn Sefton Park in Liverpool (1872); Palanga park (Palanga Botanische Tuin) in Litouwen; in Frankrijk Chateau de Caradeuc (Ille-et-Vilaine) met veel vormsnoei net als in Twickel, Château de la Treyne (Lot), en medewerking aan Park Buttes Chaumont (Paris); een renovatieplan voor Villa Borghese in Italië. Zijn wellicht meest geslaagde park in Frankrijk is toch wel Roseraie de l’Haÿ-les-Roses, dat André ontwierp in opdracht van de rozenverzamelaar Jules Gravereaux.
In 1890 werd hij benoemd tot professor in de landschapsarchitectuur in Parijs / Versailles, aan de eerbiedwaardige École d’Horticulture (tegenwoordig École Nationale Supérieure d’Horticulture).

In de Nouvelle serre d’Orangerie, Jardin Botanique de Tours, is op dit moment (t/m 9 oktober) een expositie aan André gewijd. Ook in Versailles, in de Orangerie van Madame Elisabeth, is een tentoonstelling te bezichtigen, getiteld J’ai desendu dans mon jardin, over de verandering die tuinen in de buurt van Versailles hebben ondergaan in de 19de eeuw, en tevens gewijd aan Edouard André. (open woensdagmiddag tot zondagmiddag, t/m 18 september 2011).

Verder lezen? Op Internet is heel veel te vinden.
Wikipedia;
Een artikel n.a.v. één van zijn brieven in de collectie van Harvard University;
Phyllis Andersen. Mon cher ami: The Letters of Edouard André to Charles Sprague Sargent. Arnoldia 1994 (Summer). p. 11-19.
Biografie: Florence André et Stéphanie de Courtois (dir.), Édouard André, 1840-1911. Un paysagiste botaniste sur les chemins du monde. Paris, 2000.
CO

Met dank aan Aafke Brunt, die wees op het feit dat Edouard André van het museum Jacquemart-André een naamgenoot is van de tuinarchitect André.

‘Erfgoed in interessante tijden’, oratie van prof.dr. Hans Renes.

Een week of twee geleden ben ik naar de inaugurele rede van Hans Renes geweest. Hij is benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de VU (Erfgoedstudies, in het bijzonder erfgoed van stad en land). Ik vond het beslist een goede oratie, waarop een tijdje te teren valt. Er waren niet veel Cascade-vrienden, een handje vol slechts. Ik denk dat een deel van onze Cascade-vrienden (dat is hij zelf ook) zijn rede beslist interessant vindt. Na afloop kon iedereen zijn rede gedrukt en wel meenemen, maar deze staat ook op internet.  CO

Van de website van Vrije Universiteit Amsterdam:

Erfgoed is het geheel van resten uit het verleden waaraan een betekenis wordt toegekend in het heden. Bij Erfgoedstudies aan de VU staat het erfgoed van stad en land centraal: de gebouwen, archeologische resten en landschappen die kenmerkende onderdelen van onze leefomgeving vormen. Onderzoek naar dat erfgoed gaat deels over de huidige betekenis: waarom willen we erfgoed behouden, welke groepen hechten belang aan welk erfgoed, welk erfgoed is omstreden, welke sporen uit het verleden willen we juist vergeten? Daarnaast richt het onderzoek zich op de geschiedenis: hoe zijn zaken in het verleden tot stand gekomen, waarom zijn sommige objecten verdwenen en andere bewaard gebleven, kunnen we uit dergelijke processen iets leren over de kansen voor toekomstig behoud? Deze vragen behandelt Hans Renes in zijn rede ter aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Erfgoedstudies, in het bijzonder erfgoed van stad en land.

De erfgoedsector was lange tijd gericht op behoud door wettelijke of planologische bescherming van losse objecten. De afgelopen jaren is geëxperimenteerd met nieuwe vormen van samenwerking tussen de erfgoedsector en de ruimtelijke ordening. In een aantal recente grote stadsuitbreidingen is erfgoed gebruikt om de wijken een eigen identiteit te geven en om de nieuwe bewoners te voorzien van verhalen over hun nieuwe woongebied. Soms werden daarvoor historische gebouwen of landschapsstructuren bewaard. In andere gevallen hebben kunstenaars verwijzingen naar historische structuren ontworpen of wordt een fictief verleden geconstrueerd.

Voor de toekomst is echter meer nodig. In een tijd waarin de rijksoverheid zich steeds meer terugtrekt, zal de erfgoedsector aansluiting moeten zoeken bij de grote ruimtelijke ontwikkelingen die in de komende decennia te verwachten zijn. Renes werkt in zijn oratie vier van deze ontwikkelingen uit: herontwikkeling, bevolkingsgroei- en krimp, waterbeheer en de veranderingen in de landbouw. Elk van deze ontwikkelingen heeft gevolgen voor erfgoed, maar biedt ook nieuwe kansen.